Kies taal

Willem heeft een nieuwe jas

Willem steeper heeft een nieuwe jas, er missen nog wel wat knopen. Iedereen die Willem kent zal beamen dat dit niet vreemd is. Bij Willem mist er van alles. Op het eerste oog lijkt hij compleet, -in evenwicht met zichzelf-, maar als je hem langer kent, zie je de verschijnselen één voor één voorbij komen, waarmee hij bewijst compleet incompentent te zijn om de taak in het leven te vervolvullen. Hij faalt niet niet, maar hij zal de massa ook niet overstijgen met het werk waarmee hij probeert zich te onderscheiden, zijn fysieke verschijning doet alles voor hem. 

Willem Steeper heeft een nieuwe jas en hij is er blij mee. De jas sluit goed af, is mooi en comfortabel. Hij kleedt mooi af.

De jas is gevoerd met de zachste satijn. Zijn huid kan niet meer de harde katoen verdragen, laat staan de kunstmatig gefabriceerde weefsels die nu overal te koop zijn, hij is gevoelig.

De nieuwe jas geeft hem status, dat realiseert hij zich als hij zijn dagelijkse ronde door de wijk maakt. Men ziet het meteen, daar komt een kunstenaar aan, hij kan zich alles veroorloven onder het mom van de kunst. Hij draagt zijn haren lang, hij loopt fier en frank en groet een ieder die wenst gegroet te worden. De jas geeft hem aanzien, en in het voorbijgaan maken de mensen zich klein, om hem groter te maken, of in ieder geval groter te laten lijken. Dat dwingt hij af.

De nieuwe jas heeft een kraag die hij hoog op kan steken tegen de venijnig koude westerwind. Met extra knopen zou hij de jas volledig kunnen afsluiten van de elementen, maar daar gaat het hem juist om. Die extra knopen missen. Met een mogelijk zware winter op komst is het goed om voorbereid te zijn op het ergste, en de extra knopen zouden daartoe kunnen bijdragen. 

Willem bekijkt zichzelf in de spiegel, de jas zit als gegoten om zijn lichaam. Hij is blij, maar zijn oog valt regelmatig op de lege knoopsgaten en de nog niet eens opengeknipte borduursels. De knopen missen. Zijn gezicht betrekt.

Gelukkig zijn de mouwen lang genoeg, en is de lengte van de panden naar wens, zij vallen sierlijk over zijn dijen en beschermen hem tot aan de knie. Daaronder draagt hij hoge leren laarzen met kappen. Zijn handen zijn beschermd met wanten.

Zelfs als hij knopen zou krijgen, zou hij niet zonder gevaar voor bevriezing zijn handen uit de wanten kunnen halen om de knopen aan te pakken en vast te maken om de jas te vervolmaken, zodat hij zijn taak, naar algemene waardering kan uitvoeren. Begerig zou hij naar de knopen kunnen kijken, maar er niets mee kunnen doen en tegen de tijd dat de wanten weer uit kunnen, bij de eerste zonnenstralen, zijn de knopen er niet meer, of beter ze zijn er wel, maar niet vrijelijk beschikbaar.

Het leven in zijn nieuwe jas is niet eenvoudig, zo blijkt wel.

Tags: